Vernieuwd huwelijksvermogensrecht
16-01-2012Het eerste WPNR themanummer in het nieuwe jaar is gewijd aan de per 1 januari 2012 in werking getreden geamputeerde derde tranche van de vernieuwing van het huwelijksvermogensrecht. Civielrechtelijk wordt dit onderwerp door Van Mourik behandeld. Van het oorspronkelijke wetsvoorstel ‘Aanpassing van de wettelijke gemeenschap van goederen’ is door ‘het onbezonnen amendement - Anker’, dat tot de amputatie van het voorstel leidde, weinig overgebleven. Door het amendement zal de regel dat erfrechtelijke verkrijgingen en schenkingen in beginsel in de wettelijke gemeenschap vallen, blijven bestaan.
Sinds 1 januari 2012 doordrenkt art. 1:87 BW het gehele huwelijksvermogensrecht met de ‘economisch belangdoctrine’, hetgeen, aldus de auteur, op termijn tot een rijke jurisprudentie inzake vergoedingsrechten zal leiden. Deze doctrine zal zich bij koude uitsluiting, bij verrekenstelsels, bij de wettelijke gemeenschap in relatie tot uitsluitingsclausules en bij beperkte gemeenschappen manifesteren. De nieuwe regel zal pas later in de jurisprudentie zijn weerslag krijgen, omdat het nieuwe art. 1:87 BW geen betrekking heeft op de aanwendingen van vermogen van voor 2012.
Een andere noviteit is art. 1:99 BW, waardoor de indiening van een verzoek tot echtscheiding tot ontbinding van de gemeenschap leidt.
De eis van rechterlijke goedkeuring voor het aangaan van huwelijkse voorwaarden tijdens huwelijk (art. 1:119 BW) is per 1 januari afgeschaft.
Ten slotte zijn er nog wijzigingen van kracht geworden van minder belang: een algemene inlichtingenplicht voor de echtgenoten (art. 1:83 BW), een algemene zaaksvervangingsregel (art. 1:95 BW), een wijziging van de bestuursregel (art. 1:97 BW), de fatsoenering van de aansprakelijkheidsregel (art. 1:102 BW) en het schrappen van de regels over de gemeenschappen van winst en verlies en vruchten en inkomsten.
Het rechtvergelijkend onderzoek uit het jaar 2000, dat aantoonde dat Nederland een uitzondering is met de regel dat ook verkrijgingen krachtens erfrecht en schenking in de wettelijke gemeenschap vallen, mocht blijkbaar niet baten als verweer tegen het amendement Anker, waarbij de derde tranche werd geamputeerd.
Aan de hand van voorbeelden laat de auteur zien dat in de toekomst rekening moet worden gehouden met veel onduidelijkheid bij de toepassing van art. 1:87 BW. De echtgenoten kunnen afwijken van de regeling van art. 1:87 leden 1 tot en met 3 BW, maar dat behoeft niet schriftelijk. Volgens de auteur dreigt er rondom art. 1:87 BW veel rekenkundig, bewijsrechtelijk en ander verdriet.
M.J.A. van Mourik, WPNR 2012/6913 p.1 (KdL)
« Terug naar overzicht nieuws



