Aanpassing van fusie en splitsing in boek 2 BW aan nieuwe Europese Richtlijn
17-08-2010Recent is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend teneinde uitvoering te geven aan een nieuwe Europese Richtlijn inzake de verslaggevings- en documentatieverplichtingen ingeval van fusies en splitsingen. Het doel is om de administratieve verplichtingen die op vennootschappen drukken te verminderen. De nieuwe richtlijn moet vóór 30 juni 2011 in nationale wetgeving zijn omgezet. Het zou voor alle lidstaten tezamen gaan om een potentiële lastenbesparing van € 172 miljoen euro per jaar. Bij berekening van de lastenbesparing voor Nederland is uitgegaan van circa 760.000 BV’s, 3.500 NV’s, 1.390 fusies en 410 splitsingen per jaar van NV’s en BV’s en 2.329 fusies per jaar van alle rechtspersonen.
De eerste vermindering van kosten zal voortkomen uit de mogelijkheid om af te zien van de verplichting om in de schriftelijke toelichting de redenen voor de fusie uit juridisch, economisch en sociaal oogpunt te vermelden (artikel 2:313 lid 1 BW). Ook wordt de mogelijkheid geboden om af te zien van de eis dat onder omstandigheden een tussentijdse vermogensopstelling wordt opgemaakt (artikel 2:313 lid 2 BW). Tevens kan worden afgezien van de verplichting van het bestuur om de algemene vergadering van aandeelhouders en de andere te fuseren rechtspersonen in te lichten over gewijzigde omstandigheden na het voorstel van fusie (artikel 2:315 BW). Deze drie mogelijkheden bestaan alleen als alle leden of aandeelhouders van de fuserende rechtspersonen daarmee instemmen, aldus de tekst van het wetsvoorstel.
Uit artikel 2:308 BW volgt dat fusie en splitsing voor verschillende rechtspersonen (vereniging, coöperatie, OWM, stichting, NV en BV) is opengesteld. Naast algemene bepalingen omtrent fusies (artikelen 2:309 tot en met 2:323 BW) bevat boek 2 BW bijzondere bepalingen voor fusies van NV’s en BV’s in de artikelen 2:324 tot en met 2:333a BW. Voor splitsingen gelden de artikelen 2:334a tot en met 2:334u BW (algemeen) en de artikelen 2:334v tot en met 2:334ii BW (NV’s en BV’s). Opmerkelijk is dat in de memorie van toelichting uitdrukkelijk wordt gesteld dat de drie bovengenoemde mogelijkheden om af te zien van de verslaggevings- en documentatieverplichtingen worden opengesteld voor alle rechtspersonen waarvoor titel 7 van boek 2 BW van toepassing is (dus ook voor de stichting) terwijl de stichting geen leden of aandeelhouders kent. Op welke wijze een stichting gebruik kan maken van de in te voeren faciliteiten is niet uit het wetsvoorstel op te maken.
In het wetsvoorstel wordt een zin toegevoegd aan het bestaande artikel 2:316 lid 2 BW waardoor komt vast te staan dat de schuldeiser die in verzet komt tegen het voorstel tot fusie moet aantonen dat de fusie leidt tot twijfel of voldoende waarborgen zijn verkregen of dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan.
Aan artikel 2:331 BW wordt een lid toegevoegd waardoor mogelijk wordt gemaakt dat niet alleen de verkrijgende vennootschap maar ook de verdwijnende vennootschap bij bestuursbesluit, in plaats van een aandeelhoudersbesluit, tot fusie kan besluiten.
Voor de splitsing worden soortgelijke bepalingen voorgesteld als voor de fusie.
TK 32458 nrs 1-4
« Terug naar overzicht nieuws



