Geldt renteafspraak ook zonder renteclausule in het testament?
09-08-2010Schoenmaker bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad over de fiscale gevolgen van een van het testament afwijkende renteafspraak (Notafax 2010, nr.144). De Hoge Raad heeft hierin uitgemaakt, dat bij een ouderlijke boedelverdeling de erfgenamen binnen de aangiftetermijn een andere rentevergoeding overeen kunnen komen (ook al is geen renteclausule opgenomen), zonder dat dit leidt tot een belastbare schenking. Volgens de Hoge Raad wordt een dergelijke renteafspraak ingevolge art. 1 lid 2 oud SW namelijk aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht.
Schoenmaker wijst erop dat het berechte geval speelde onder het ‘oude regime’ (erflater was overleden in 2004). In de nieuwe Successiewet worden renteafspraken binnen de aangiftetermijn in beginsel ook gevolgd voor de erfbelasting (art. 1 lid 3 nieuw SW). Echter, per 1 januari 2010 eist de wet expliciet dat de mogelijkheid om de rente aan te passen voortvloeit uit art. 4:13 lid 4 BW (wettelijke verdeling) of uit een testament. Zou de casus in 2010 spelen, dan zouden de kinderen volgen Schoenmaker wel schenkbelasting zijn verschuldigd. Immers, in casu was in het testament geen bevoegdheid toegekend om de rente te wijzigen. Schoenmaker wijst erop dat vanaf 2010 de fictiebepaling van art. 10 SW ook kan spelen. Uit de parlementaire geschiedenis volgt namelijk dat deze fictie van toepassing is als een renteverhoging niet voldoet aan de voorwaarden van art. 1 lid 3 SW (TK 31 930, nr. 9, p. 34 en 35 en EK, 31 930, nr. D, p. 11 en 12 en nr. F, p. 6 en 7, zie tevens ND 2010.10.3004). Dit betekent dat de kinderen naast schenkbelasting over de renteverhoging mogelijk te zijner tijd op grond van art. 10 SW ook (extra) erfbelasting zijn verschuldigd. De erfbelasting mag wel worden verminderd met de geheven schenkbelasting over de renteverhoging (art. 7 SW). Schoenmaker wijst erop dat aan de werking van de fictiebepaling kan worden ontkomen als de rente bijvoorbeeld uiterlijk 180 dagen vóór het overlijden van de langstlevende echtgenote is uitgekeerd (vgl. art. 10 lid 4 SW).
Schoenmaker gaat ook in op de situatie dat een erflater vóór 1 januari 2010 is overleden en in het testament geen renteclausule heeft opgenomen. Volgens hem geldt in dat geval nog het ‘oude regime’. Dit betekent dat geen schenkbelasting is verschuldigd indien binnen de aangiftetermijn een afwijkende rente afspraak wordt gemaakt. Verder is art. 10 SW in deze situatie ook niet van toepassing.
Hoge Raad, 25 juni 2010, nr. 09/00603, NTFR 2010/1500
« Terug naar overzicht nieuws



