Certificering hoeft geen beletsel voor fiscale eenheid te zijn
20-07-2010Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is slechts mogelijk indien de moedermaatschappij de economische en juridische eigendom van ten minste 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit (art. 15 Vpb). Bij certificering van de aandelen wordt normaliter niet meer aan deze eis voldaan en kan geen fiscale eenheid worden gevormd. De Hoge Raad heeft recentelijk een belangrijke uitzondering op deze regel gegeven (Notafax 2010, nr. 140).
In casu had BV X in 2001 alle aandelen in BV Y verworven. In 2004 werd 19,99% van deze aandelen tegen toekenning van certificaten van aandelen overgedragen aan een Stichting Administratiekantoor (STAK). De STAK was opgericht door BV X en de voormalige aandeelhouder. De certificering vond plaats om aan de voormalige aandeelhouder als houder van een warrant (extra) zekerheid te verschaffen. In geschil was of – ondanks de certificering – toch een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kon worden gevormd. De Hoge Raad oordeelde dat dit het geval was. In casu had BV X de volledige zeggenschap behouden. In de statuten was namelijk bepaald dat het bestuur van de STAK het stemrecht moest uitoefenen volgens de instructies van de certificaathouder (BV X).
De redactie van V-N is het met de beslissing van de Hoge Raad eens. Hoewel certificering van de aandelen normaliter aan het vormen van een fiscale eenheid in de weg staat, was in casu sprake van een bijzondere situatie. BV X had immers nog steeds zeggenschap door de statutaire bepalingen van de STAK. Hierdoor werd aan alle eisen om een fiscale eenheid te vormen voldaan. Hier doet niet af dat het theoretisch mogelijk is dat het bestuur van de STAK in strijd met de instructies van BV X zou kunnen stemmen. De redactie wijst erop dat de Hoge Raad veel belang hecht aan de formulering van de statuten van de STAK. In cassatie had de staatssecretaris van Financiën nog aangevoerd dat BV X feitelijk slechts samen met de voormalig aandeelhouder steminstructies kon geven. Echter, deze stelling wordt door de Hoge Raad verworpen. In de statuten was namelijk expliciet bepaald dat slechts de certificaathouder (BV X) instructies kon geven.
Hoge Raad, 18 juni 2010, nr. 08/03662 V-N 2010/28.21 (JB)
« Terug naar overzicht nieuws



