Sdu uitgeversSdu LinkedInScherp in Notariaat twitterRSS Feed Contact Home

Nieuws


Verrekening van de vennootschapsbelasting binnen de fiscale eenheid(?)

21-06-2010

In deze bijdrage staat de vraag centraal of binnen de fiscale eenheid van art. 15 Wet VPB 1969 verrekening van de belastinglast kan worden afgedwongen. Eerst wordt onderzocht of er een civieljuridische titel is op basis waarvan verrekening kan worden afgedwongen. Daarna worden enkele in de praktijk voorkomende verrekeningsovereenkomsten besproken.
Bij de fiscale eenheid van art. 15 Wet VPB 1969 is de moedermaatschappij objectief belastingplichtig voor de resultaten van de gezamenlijke fiscale-eenheidsmaatschappijen. Indien een fiscale-eenheidsdochter verlies lijdt, bespaart de moedermaatschappij daardoor vennootschapsbelasting. Omdat fiscale-eenheidsmoeder en -dochter(s) civieljuridisch zelfstandig blijven, rijst de vraag of de dochter (of haar curator) verrekening kan afdwingen, zodat zij door de moeder wordt gecompenseerd voor het belastingvoordeel dat deze heeft genoten of zal genieten van compensatie van verliezen van de (failliete) dochtermaatschappij. Het betreft het zogenoemde ‘verrekeningsprobleem’. Voor dit probleem bestaat geen uitgewerkte regeling. Vanwege de economische crisis is deze vraag echter van groot belang voor insolvente c.q. verlieslijdende fiscale-eenheidsdochters en hun crediteuren en minderheidsaandeelhouders. Het vermogen waarop crediteuren van de verlieslijdende dochter zich kunnen verhalen en de waarde van het belang van minderheidsaandeelhouders is namelijk lager dan bij zelfstandige belastingplicht van de dochter het geval zou zijn geweest, omdat de dochter haar verliezen bij zelfstandige belastingplicht wellicht zélf zou hebben kunnen verrekenen. Is een fiscale-eenheidsdochter winstgevend, dan worden uiteindelijk de crediteuren en aandeelhouders van de moedermaatschappij benadeeld. De moeder wordt immers geconfronteerd met een belastinglast die zij zonder fiscale eenheid niet zou hebben gehad. In deze bijdrage wordt verder geen aandacht besteed aan winstgevende fiscale-eenheidsdochters.
Naar huidig recht kan zonder nadere voorziening geen verrekening van de vpb-last worden afgedwongen. Er is geen ondernemingsrechtelijke titel aanwezig op basis waarvan verrekening kan worden afgedwongen. Evenmin kwalificeert de bevoordeling van de moeder ten koste van de dochter als ongerechtvaardigde verrijking in de zin van art. 6:212 BW. In de praktijk sluiten partijen daarom wel een verrekeningsovereenkomst af op basis waarvan verrekening kan worden afgedwongen. De auteur bespreekt verschillende methoden en geeft een aantal voorbeelden. Van deze verrekeningsmethoden is theoretisch gezien slechts de methode waarin de belastinglast wordt verrekend alsof fiscale-eenheidsdochters zelfstandig belastingplichtig zouden zijn gebleven, geschikt. In de bijdrage is uiteengezet dat een exacte reconstructie van de belastinglast van de dochter echter zeer complex is en in veel gevallen ondoenlijk. Bovendien zal de fiscale-eenheidsmoeder slechts in uitzonderingsgevallen verplicht worden tot vergoeding van een bedrag dat exact overeenkomt met de belastingbesparing die zij als gevolg van de verliesgevendheid van de dochter heeft gerealiseerd. In de praktijk zal het daardoor zo zijn dat deze verrekeningsmethode ‘vereenvoudigd’ wordt toegepast, in die zin dat partijen de resultaten van de fiscale-eenheidsdochter niet exact gaan herrekenen. De verlieslijdende dochter zal in de praktijk aldus veelal in te geringe of juist in te ruime mate worden gecompenseerd. In die zin kan worden gesteld dat er in de praktijk geen voldoende bevredigende oplossing voor het verrekeningsprobleem voorhanden is.

M.J. Boer, Weekblad Fiscaal Recht 2010/555 (YNP)




« Terug naar overzicht nieuws
vorige   1 2 3 4 ... 31   volgende

Gratis nieuwsbrief

Laat uw gegevens achter als u de gratis ScherpinNotariaat e-nieuwsbrief wilt ontvangen met het laatste nieuws.



Volg ons op

Scherp in Notariaat Linkedin
Scherp in Notariaat
 
Scherp in Notariaat Twitter
 

Voor Nu en Later

Uitgave rondom erven, schenken en nalaten
Editie 2012

Image2  













Poll

Als er een voorziening komt waarbij het mogelijk is om notarieel geschoold en ervaren juridisch personeel op tijdelijke basis in te lenen dan zou ik daar gebruik van maken.
Nooit 28%
1 - 5 keer p/j 44%
6 - 10 keer p/j 11%
> 10 keer p/j 15%