De vaststellingsovereenkomst in theorie en praktijk
15-06-2010Art. 7:900 BW e.v. regelt de vaststellingsovereenkomst. Wanneer partijen in onzekerheid verkeren over hun rechtspositie of een geschil wensen te beëindigen kunnen zij in een vaststellingsovereenkomst vastleggen wat rechtens tussen hen geldt en op welke wijze het geschil of de onzekerheid eindigt. De keuze voor wat rechtens moet zijn is de vaststelling, die wordt neergelegd in een vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst heeft een dispositief karakter. Bij het aangaan van de overeenkomst ontstaat een nieuwe rechtstoestand. De vaststellingsovereenkomst is de bron van de verbintenissen die tussen partijen gelden en is aan te merken als een wederkerige overeenkomst.
Een vaststelling komt tot stand krachtens een beslissing van partijen gezamenlijk of krachtens een aan één van de partijen of een derde opgedragen beslissing, art. 7:900 lid 2 BW. De vaststelling van hetgeen tussen partijen zal gelden mag in strijd zijn met dwingend recht als de vaststelling een vermogensrechtelijk geschil betreft, art. 7:902 BW. Er mag geen strijd zijn met de openbare orde of goede zeden. Een vaststelling in strijd met dwingend recht ter voorkoming van een geschil is ex art. 7:902 BW niet toegestaan. Ook andere zaken dan de vaststelling die in de vaststellingsovereenkomst worden afgewikkeld mogen niet in strijd zijn met dwingend recht.
De vaststellingsovereenkomst kan aangetast en ontbonden worden wegens strijd met de openbare orde en goede zeden; indien de beslissing niet door partijen gezamenlijk is genomen; in geval van strijd met redelijkheid en billijkheid. De rechter is bevoegd uitspraak te doen in geval van nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst, tenzij uit de overeenkomst anders blijkt, art. 7:904 lid 2 BW.
De auteur besluit zijn bijdrage met praktische tips voor het opstellen, aantasten en ten uitvoerleggen van vaststellingsovereenkomsten voor de volgende situaties.
Kwijting
Partijen moeten zich ervan gewissen dat er geen vorderingen openstaan waarvan zij nog betaling wensen. Indien een vordering tot betaling boven tafel komt die dateert van vóór de vaststellingsovereenkomst kan door de kwijting in de overeenkomst geen nakoming van deze vordering worden gevorderd.
Bewijsovereenkomst
Indien partijen een bewijsovereenkomst in de vaststellingsovereenkomst opnemen, moeten zij zich afvragen of zij willen dat de bewijsovereenkomst als een gewone overeenkomst geldt of dat deze onder het regime van de vaststellingsovereenkomst valt.
Dwaling
Dwaling behoort in beginsel voor rekening van de dwalende te komen als partijen ervoor kiezen het geschil via een vaststellingsovereenkomst te beëindigen. Om te voorkomen dat één van de partijen toch een beroep doet op dwaling kan een dergelijk beroep in de overeenkomst worden uitgesloten.
Ontbinding en gedeeltelijke ontbinding
Partijen kunnen ontbinding, art. 6:265 BW, en gedeeltelijke ontbinding, art. 6:270 BW, in de overeenkomst uitsluiten.
Executie
Nakoming van de vaststellingsovereenkomst kan bij de rechter worden afgedwongen. Om de wijze van vorderen van nakoming te versnellen, kan men er voor kiezen de overeenkomst in een notariële akte neer te leggen. Deze authentieke akte heeft ex art. 430 Rv executoriale werking. Een partij betekent de notariële akte, waarna de akte ten uitvoer kan worden gelegd.
E.A.M. Meeuse, JutD 20 mei 2010, nr. 10 blz. 20 (MvM)
« Terug naar overzicht nieuws



