Het is boffen met de BOF
29-03-2010In de huidige Wet op de Inkomstenbelasting en Successiewet is een fiscale faciliteit opgenomen voor een opvolging van vader aan kind. In dit artikel behandelen de auteurs aan de hand van een voorbeeld de vraag of de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet oneerlijke concurrentie met zich meebrengt. Door middel van deze faciliteit worden er naar mening van de auteurs ongelijke startposities gecreëerd.
Na een korte uitleg van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet lichten de auteurs de ratio toe van de geruisloze doorschuiving uit de inkomstenbelasting, aangezien deze regeling vergelijkbaar is met de gedachte achter de regeling van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. In de wetsgeschiedenis is over de precieze ratio van de faciliteit in de Successiewet weinig te vinden.
De faciliteit in de inkomstenbelasting beoogt te voorkomen dat de onderneming in gevaar kwam als gevolg van het feit dat middelen aan de onderneming onttrokken moeten worden voor het betalen van inkomstenbelasting. Bij een dergelijke overdracht moet de overdragende belastingplichtige namelijk in beginsel afrekenen over de in zijn onderneming begrepen goodwill, stille en fiscale reserves. Op grond van de geruisloze doorschuiving mag die afrekening achterwege worden gelaten als de overnemende belastingplichtige aan een aantal voorwaarden voldoet. Het hoofddoel van de regeling is het bevorderen van de continuïteit van mkb-bedrijven.
Vervolgens bekijken de auteurs aan de hand van de gedachte van Dworkin en Rawls de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. Op grond van deze gedachte moet men in de samenleving gelijke kansen hebben. De samenleving, in de vorm van de Staat, moet zo goed mogelijk zorgen voor gelijke kansen voor alle burgers. Naar mening van de auteurs stoort de BOF deze gelijke startposities.
Rawls verwacht van de Staat dat hij elke burger dezelfde kansen op machtposities en economische welvaart verschaft. Hij houdt rekening met ongelijke startposities, waarbij het de taak van de Staat is om deze ongelijkheid te nivelleren. De auteurs houden de faciliteit tegen het licht van de ideeën van Rawls en komen tot de conclusie dat de faciliteit onrechtvaardigheid met zich meebrengt. In de ideale wereld van Rawls zou de faciliteit niet bestaan, want de faciliteit werkt averechts op het gebied van herverdeling.
De keerzijde van de medaille is dat bij het ontbreken van de BOF in enkele gevallen een deel van de overgedragen onderneming verkocht moet worden om de successiebelasting te betalen. Dit kan ten koste gaan van eventuele werkgelegenheid indien het deel van de onderneming dat wordt verkocht niet zal worden voortgezet.
Naar mening van de auteurs is een negatieve bijwerking van de BOF dat de regeling inefficiëntie met zich mee zou kunnen brengen aangezien de prikkel om efficiënt te werken kan ontbreken indien de ondernemer geen investering behoeft terug te betalen. De auteurs adviseren het vrijgestelde bedrag afhankelijk te maken van de grootte van de onderneming waardoor de ondernemer te allen tijde een deel moet afdragen aan de fiscus.
L.E .ter Haar en B. Arkenbout, Forfaitair 2010/201 (SH)
« Terug naar overzicht nieuws



