Reeds gedefungeerde notaris bleef aansprakelijk voor fout in hypotheekakte
23-03-2010Notaris N heeft in het jaar 2000 een akte gepasseerd met de bedoeling een hypotheekrecht te vestigen op een appartement ten behoeve van bank B. Een aantal jaren later wordt de woning verkocht en overgedragen ten overstaan van een andere notaris. Dan blijkt dat N in de hypotheekakte een verkeerd kadastraal nummer van de woning heeft opgenomen. Als gevolg hiervan is de verkoopopbrengst niet gebruikt voor aflossing van de lening die B had verstrekt maar is deze rechtstreeks overgemaakt naar de verkoper van de woning. Daarna heeft B getracht de lening van de verkoper in te vorderen, maar dat is niet gelukt. In verband hiermee vordert B schadevergoeding van N. Omdat N is gedefungeerd, heeft B ook de notaris (hierna N2) aansprakelijk gesteld die het protocol van N heeft overgenomen.
De enkele overgang van het protocol impliceert niet dat aansprakelijkheid ook overgaat
Volgens de Rechtbank moet de vordering van B tegen N2 worden afgewezen. B heeft niet betwist dat N2 uitsluitend het protocol van N heeft overgenomen. Het protocol omvat de minuten, notariële verklaringen, registers, afschriften, repertoria en kaartsystemen die onder de notaris berusten (artikel 1 Wna). De enkele overgang daarvan impliceert nog niet dat ook de aansprakelijkheid voor vóór die overgang gemaakte fouten op N2 is overgegaan. B heeft geen omstandigheden gesteld die op een dergelijke overgang van aansprakelijkheid wijzen.
Van bank kan niet worden verwacht dat zij akte controleert op kadastrale omschrijving
Wat betreft de vordering tegen N overweegt de Rechtbank dat N bij het passeren van de hypotheekakte een fout heeft gemaakt waardoor er geen hypotheekrecht is gevestigd op de woning. Hierdoor is N aansprakelijk voor de schade. N stelt dat sprake is van eigen schuld van B omdat zij de fout had kunnen vermijden door de hypotheekakte te controleren. Volgens de Rechtbank is voor vermindering van de schadevergoedingsplicht wegens eigen schuld van de benadeelde ten minste vereist dat de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. Dit laatste veronderstelt dat de benadeelde zich anders heeft gedragen dan van hem mocht worden verwacht. Tegen die achtergrond is allereerst van belang dat het bij een opdracht als de onderhavige – het vestigen van een hypotheek – bij uitstek tot de taak van de notaris behoort zich te vergewissen van de juiste aanduiding van het onderpand. Op dat punt rust op de notaris een zware zorgplicht. Voor zover al in dit verband van een controleplicht van de opdrachtgever kan worden gesproken, kan dat slechts een marginale zijn. Die plicht gaat niet zover dat van de opdrachtgever verwacht mag worden ook details als cijfers in de kadastrale omschrijving te controleren. Daarvoor wordt nu juist de notaris ingeschakeld. Ook een professionele opdrachtgever als de bank mag op dit punt in beginsel op de juistheid van het werk van de notaris vertrouwen. Onder omstandigheden kan dit wellicht anders zijn, maar dergelijke omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Integendeel, N heeft bij het passeren van de hypotheekakte een verklaring afgelegd waaruit volgt dat hij instaat voor de rechtsgeldigheid van de hypotheek. Dat betekent dat er voor B te minder aanleiding was de juistheid van de kadastrale aanduiding in de hypotheekakte te controleren.
Rb. Rotterdam 3 maart 2010, nr 331944 / HA ZA 09-1536 (LJN BL7607)
« Terug naar overzicht nieuws



