Recht op economische eigendomsverkrijging is (nog) niet belast
16-03-2010Rozendal bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad betreffende de vraag wanneer bij de overdracht van een nog te slopen pand sprake is van een economische eigendomsoverdracht voor de overdrachtsbelasting (zie Notafax 2009, nr. 241). In het berechte geval hadden partijen in juli 2003 afgesproken dat de verkoper het verkochte in beginsel als bouwterrein (d.w.z. vrij van opstallen) zou leveren. De sloop zou voor rekening en risico van de koper komen. De levering vond uiteindelijk plaats in april 2004 nadat de sloopvergunning was verleend en de panden waren gesloopt. De koopsom werd gedeeltelijk vooruitbetaald en de eigenaarslasten kwamen vanaf deze datum gedeeltelijk voor rekening van de koper. Volgens de inspecteur was hierdoor in juli 2003 sprake van een economische eigendomsoverdracht. De koper had op dat moment namelijk méér rechten verkregen dan alleen een recht op levering. De Hoge Raad was het hier niet mee eens. Een overeenkomst die alleen een recht op economische eigendomsverkrijging schept is (nog) geen belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting. Verder hadden partijen in casu afgesproken dat de levering slechts zou plaatsvinden indien een sloopvergunning was afgegeven. Hierdoor was sprake van een opschortende voorwaarde en kon in juli 2003 in ieder geval nog geen sprake zijn van een economische eigendomsoverdracht (vgl. HR 10 augustus 2007, Notafax 2007, nr. 209).
Rozendal wijst er in zijn commentaar op dat de beslissing van de Hoge Raad slechts afgestemd is op de feiten en omstandigheden van het berechte geval. In casu had de inspecteur slechts gesteld dat in juli 2003 sprake was een economische eigendomsoverdracht. De Hoge Raad oordeelde terecht dat op deze datum – mede door de opschortende voorwaarde – nog geen sprake was een economische eigendomsoverdracht. De Hoge Raad hoefde hierdoor verder niet in te gaan op de gevolgen van het feit dat de sloopwerkzaamheden voor rekening van de koper kwamen.
« Terug naar overzicht nieuws



