Sdu uitgeversSdu LinkedInScherp in Notariaat twitterRSS Feed Contact Home

Nieuws


Rechtbank beantwoordt verschillende vragen over afwikkeling nalatenschap

04-03-2010

Onlangs heeft de Rechtbank Utrecht in een vonnis onder meer het volgende geoordeeld.

Erfgenamen waren civielrechtelijk niet gebonden aan de waarde in successieaangifte
Moeder (M) is in 2001 overleden. Op grond van de gemaakte ouderlijke boedelverdeling hebben de kinderen een geldvordering verkregen op hun vader (V). Tot de nalatenschap behoorde onder meer een woning in Zwitserland. V heeft in 2001 aangifte gedaan voor het successierecht en de woning daarin opgenomen tegen een waarde van € 160.000.
In 2007 overlijdt V. Naar aanleiding hiervan bestaat er discussie over de vraag hoe hoog de onderbedelingsvordering van de kinderen is die zij op V hadden op grond van de OBV. Volgens één van de kinderen (X) is zijn onderbedelingsvordering hoger dan die blijkt uit de successieaangifte omdat het huis in 2001 een veel hogere waarde had dan € 160.000.
Volgens de Rechtbank geldt als uitgangspunt dat de erfgenamen onderling bepalen wat de waarde is van de goederen van de nalatenschap. Dit uitgangspunt is ook neergelegd in het testament van M. In beginsel geldt dat de waardering in het kader van de successieaangifte de erfgenamen niet bindt ten aanzien van de vaststelling van de waarde in het kader van de verdeling van de nalatenschap. De successieaangifte heeft immers ten doel om het verschuldigde successierecht en niet om de waarde van de nalatenschap in het kader van de verdeling vast te stellen. Het staat de erfgenamen vrij om af te spreken dat de waarde in de successieaangifte ook geldt bij de verdeling maar in dit geval is niet gebleken dat zo’n afspraak is gemaakt. V heeft destijds zonder bemoeienis van de andere erfgenamen de successieaangifte opgesteld. X heeft met een brief van een Zwitserse makelaar voldoende aannemelijk gemaakt dat er gerede twijfel bestaat of de waarde in de successieaangifte gelijk is aan de waarde in het economische verkeer. Volgens de Rechtbank moeten de erfgenamen gezamenlijk een makelaar kiezen die het huis taxeert ten tijde van M’s overlijden.

Executeur was niet aansprakelijk voor de waardedaling van de effecten na het overlijden
Tot V’s nalatenschap behoorde onder meer een effectenportefeuille. X heeft de executeur aansprakelijk gesteld voor de opgetreden waardedaling van de effecten na V’s overlijden.
Volgens de Rechtbank blijkt uit HR 21 november 2008, JBN 2009, nr 15 dat een executeur niet zonder meer het risico draagt van een waardedaling van de effectenportefeuille. Dat zal pas het geval kunnen zijn indien hij in de zorg van een goed executeur tekortschiet door geen maatregelen te treffen ter voorkoming van dreigend nadeel voor de erfgenamen. Op X rust de last feiten en omstandigheden te stellen dat de executeur hier onrechtmatig heeft gehandeld, maar volgens de Rechtbank heeft X daartoe onvoldoende aangevoerd.

De executeur kon volstaan met toezending van niet gespecificeerde jaaroverzichten
Volgens de Rechtbank brengt artikel 4:148 BW met zich mee dat de executeur zodanige inlichtingen aan de erfgenamen verschaft dat zij inzage krijgen in de wijze waarop hij het beheer voert. Nu niet is gebleken dat de erfgenamen inzage in de mutaties van de effectenportefeuille hebben verzocht, kon de executeur volstaan met het toezenden van niet gespecificeerde jaaroverzichten. Immers, hieruit was de waardedaling af te leiden.
Rb. Utrecht 24 februari 2010, nr 268083 / HA ZA 09-1252 (LJN BL5456)



« Terug naar overzicht nieuws
vorige   1 2 3 4 ... 31   volgende

Gratis nieuwsbrief

Laat uw gegevens achter als u de gratis ScherpinNotariaat e-nieuwsbrief wilt ontvangen met het laatste nieuws.



Volg ons op

Scherp in Notariaat Linkedin
Scherp in Notariaat
 
Scherp in Notariaat Twitter
 

Voor Nu en Later

Uitgave rondom erven, schenken en nalaten
Editie 2012

Image2  













Poll

Als er een voorziening komt waarbij het mogelijk is om notarieel geschoold en ervaren juridisch personeel op tijdelijke basis in te lenen dan zou ik daar gebruik van maken.
Nooit 28%
1 - 5 keer p/j 44%
6 - 10 keer p/j 11%
> 10 keer p/j 15%