Borgstelling ging teniet doordat de schuld overging op een derde
16-02-2010X heeft zich borg gesteld voor een schuld die A BV heeft aan Y. Enige tijd later is de schuld met toestemming van Y overgenomen door een derde (B BV). Deze nieuwe schuldenaar voldoet evenwel niet aan haar aflossing- en renteverplichtingen jegens Y. Thans is voor de Rechtbank in geschil of de borgstelling van X door de schuldoverneming is vervallen. Y stelt primair dat de borgtocht als afhankelijk recht de overdracht van de schuld A-B heeft gevolgd. Subsidiair stelt Y dat A en B behoren tot hetzelfde concern en moeten worden vereenzelvigd.
De Rechtbank stelt voorop dat onderscheid moet worden gemaakt tussen een overdracht van een vorderingsrecht en een overdracht van een schuld. Bij een overdracht van een vorderingsrecht gaan de afhankelijke rechten zoals een borgtocht van rechtswege mee over (zie artikelen 3:7 BW en 3:82 BW). Dit geldt echter niet bij overgang van een schuld. Bij overdracht van een schuld gaat een borgtocht teniet, tenzij de borg tevoren ermee heeft ingestemd dat de borgtocht gehandhaafd blijft na de overdracht (artikel 6:157 lid 2 BW).
Omdat Y op grond van de borgtocht X aanspreekt voor een schuld van B aan Y terwijl de borgtocht door X is afgegeven voor een schuld van A aan Y, had het op Y’s weg gelegen om voldoende concreet en onderbouwd aan te geven dat X heeft ingestemd met de overdracht van de schuld met handhaving van de borgtocht. Y heeft dit niet heeft gedaan, zodat X niet door Y kan worden aangesproken. Dat A en B behoren tot hetzelfde concern is niet relevant. A en B zijn immers zelfstandige BV’s die niet met elkaar vereenzelvigd kunnen worden.
Rb. Rotterdam 9 december 2009, nr 264871 / HA ZA 06-1913 (LJN BL3180)
« Terug naar overzicht nieuws



