Sdu uitgeversSdu LinkedInScherp in Notariaat twitterRSS Feed Contact Home

Nieuws


Ook volgens Hof had echtgenote recht op helft van overwaarde woning

01-02-2010

M en V zijn in 1989 gehuwd op huwelijkse voorwaarden waarin onder meer de volgende clausule is opgenomen: “Indien staande huwelijk onroerend goed wordt gekocht, dat zal dienen als echtelijke woning […] zal dit onroerend goed door beide partijen, ieder voor de onverdeelde helft, in eigendom worden verworven, tenzij partijen anders overeenkomen.”
In 1999 heeft M de echtelijke woning van zijn ouders gekocht met vreemd geld. De woning is uitsluitend op zijn naam gesteld. De hypotheeklening staat op naam van M en V. In verband met hun echtscheiding heeft de Rechtbank geoordeeld dat V door de huwelijkse voorwaarden voor de helft gerechtigd is tot de overwaarde van M’s woning (zie Notafax 2008, nr 158).

In hoger beroep verwerpt het Hof, als niet onderbouwd, M’s stelling dat de bovengenoemde clausule slechts een intentieverklaring inhoudt en dat geen uitzondering wordt beoogd op het uitgangspunt van uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. Gelet op de tekst van de clausule heeft de echtelijke woning te gelden, althans in de onderlinge relatie tussen M en V, als gemeenschappelijk tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Voor het antwoord op de vraag of de woning (in de relatie tussen partijen) voor gemeenschappelijk moet worden gehouden is dus niet beslissend de tenaamstelling van de eigendom op die van M noch wat de bedoeling van M en zijn ouders bij het aangaan van de koopovereenkomst is geweest, maar of een betreffende overeenkomst tussen partijen kan worden vastgesteld. De bewijslast van een afwijkende overeenkomst tussen M en V rust op M, nu hij zich op deze uitzondering beroept en V het bestaan van een overeenkomst van die strekking betwist. Het Hof verwerpt de stelling van M dat sprake is geweest van een stilzwijgende overeenkomst tussen M en V. De stelling van M dat V wist en goedvond dat de woning alleen op naam van M werd gesteld en dat het huis alleen met behulp van M’s ouders kon worden verworven waarbij de ouders vermogensoverheveling op M voor ogen stond, is ontoereikend voor het aannemen van een stilzwijgende overeenkomst. Hier is immers geen sprake van een verklaring van V als bedoeld in artikel 3:33 BW. Uit de gestelde gedraging van V – zwijgen, wetende dat de woning alleen op naam van M wordt gesteld (en de hypotheek op beider naam) – heeft M niet de door hem veronderstelde wil kunnen afleiden (artikel 3:35 BW). Voor het aannemen van een stilzwijgende overeenkomst is op zijn minst vereist dat V de inhoud van de genoemde clausule voor ogen stond en dat zij de consequentie aanvaardde om in de toekomst geen aanspraak te kunnen maken op de helft van een eventuele waardestijging. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit bij V die veronderstelde wil kan worden afgeleid. Volgens het Hof biedt de verklaring van de transporterend notaris onvoldoende bewijs om daaruit een overeenkomst tussen M en V af te leiden. In het bijzonder ontbreekt het aan een verklaring of gedraging van V die tot dit oordeel kan leiden. Het zwijgen van V kan hier niet als zodanige gedraging worden aangemerkt, temeer daar bij haar uit het feit dat zij zich ter zake van de hypotheek verbond, juist de veronderstelling kan hebben postgevat dat zij te zijner tijd wel zou meedelen in de overwaarde. Bovendien als al beoogd zou zijn om af te wijken van de clausule, had het voor de hand gelegen dit schriftelijk te bevestigen. Het Hof oordeelt dat V door de clausule recht heeft op de helft van de overwaarde van de woning.
Hof Den Bosch 11 september 2009, nr HV 200.010.293




« Terug naar overzicht nieuws
vorige   1 2 3 4 ... 31   volgende

Gratis nieuwsbrief

Laat uw gegevens achter als u de gratis ScherpinNotariaat e-nieuwsbrief wilt ontvangen met het laatste nieuws.



Volg ons op

Scherp in Notariaat Linkedin
Scherp in Notariaat
 
Scherp in Notariaat Twitter
 

Voor Nu en Later

Uitgave rondom erven, schenken en nalaten
Editie 2012

Image2  













Poll

Als er een voorziening komt waarbij het mogelijk is om notarieel geschoold en ervaren juridisch personeel op tijdelijke basis in te lenen dan zou ik daar gebruik van maken.
Nooit 28%
1 - 5 keer p/j 44%
6 - 10 keer p/j 11%
> 10 keer p/j 15%