Waardestijging huis viel naar rato van kwijtschelding onder uitsluitingsclausule
01-02-2010M en V zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Tijdens het huwelijk heeft M een woning van zijn vader verworven voor een koopprijs van € 235.000. De koopprijs is gefinancierd met een lening van zijn vader van
€ 183.382 en een kwijtschelding voor een bedrag van € 51.618. De kwijtschelding is gedaan onder de volgende uitsluitingsclausule:
“Verkoper verklaart dat het hiervoor geschonken/kwijtgescholden bedrag en voorts hetgeen voor een en ander in de plaats treedt en de revenuen van een en ander, niet valt in enige gemeenschap van goederen waarin de koper is gehuwd (…)”.
In 2007 scheiden M en V van echt. De waarde van de woning is gestegen tot € 335.000. Tussen M en V is in geschil of de waardestijging ook onder de uitsluitingsclausule valt.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat een deel van de waardestijging alleen aan M toekomt.
In hoger beroep oordeelt het Hof als volgt. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft M verklaard dat de transportakte is opgesteld door de notaris en dat de term revenu door hem is opgenomen in de akte en verder niet is besproken (V was overigens geen partij bij de koopovereenkomst en was niet bij het transport aanwezig). De betekenis van het woord revenu moet dan worden uitgelegd overeenkomstig de zin die daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mag worden toegekend, mede in aanmerking nemende wat in de notariële praktijk gebruikelijk is. De taalkundige betekenis is niet doorslaggevend.
De door V voorgestane uitleg van het woord revenu, gebaseerd op een taalkundige uitleg, van opbrengst in de vorm van huur of rente wordt door het Hof voor het onderhavige beding als te eng geoordeeld. Ten tijde van de kwijtschelding heeft M geen bedrag in contanten ontvangen, waaruit rente kan worden gegenereerd, noch was verhuur, geheel of gedeeltelijk, van de woning de bedoeling. De woning was bestemd als echtelijke woning voor het gezin en deze bestemming zou onveranderd gehandhaafd blijven. Het Hof neemt in overweging dat het de kennelijke bedoeling van M’s vader was om de woning over te dragen aan M. In feite verwierf M met de kwijtschelding een deel van de eigendom van de woning in privé, namelijk een 51.618/235.000 deel (22%). Voor de notariële praktijk ten deze verwijst het Hof naar zijn arrest van 15 juni 2004, Notafax 2004, nr 190 [Redactie: zie commentaar van Blokland in JBN 2004, nr 69 en JBN 2007, nr 20]. In deze gang van zaken ligt besloten dat M ten tijde van de verdeling ook recht heeft op 22% van de waarde van de woning op dat tijdstip. Het gaat hierbij om zaaksvervanging. Voor het kwijtgescholden bedrag is een deel van het huis (22%) in de plaats getreden. Op dit deel is de uitsluitingsclausule van toepassing. De waardevermeerdering dit die deel heeft ondergaan valt dus ook onder de uitsluitingsclausule. Het gaat bij deze waardevermeerdering dus niet om revenuen.
Het Hof stelt het vergoedingsrecht van M vast op € 73.583 (51.618 x 335.000 / 235.000).
De verdeling van de woning ziet er dan als volgt uit. De waarde van de woning bedraagt € 335.000. Van dit bedrag moet worden afgetrokken: - de schuld aan vader van € 183.382; - de overige schuld van € 10.958 die M is aangegaan vanwege de kosten in verband met de overdracht van de woning, en – het vergoedingsrecht van M ad € 73.583. Dit betekent dat V recht heeft op € 33.538 omdat het huis en de genoemde schulden aan M worden toegedeeld.
Hof Den Bosch 14 september 2009, nr HV 200.013.958
« Terug naar overzicht nieuws



