Hof Amsterdam: notaris had fout toch niet hoeven te melden aan de fiscus
04-01-2010Op 24 november 2005 had de notariskamer van Hof Amsterdam een berisping opgelegd aan notaris N omdat hij de Belastingdienst er niet op had gewezen dat ter zake van de nalatenschap waarbij hij als mede-erfgenaam en executeur was betrokken ten onrechte een ‘beschikking geen aanslag’ was opgelegd (zie onder meer Notafax 2005, nr 289 en WPNR 2006/6666). Uit latere fiscale rechtspraak is echter gebleken dat een dergelijke waarschuwing geen effect zou hebben gehad omdat de Belastingdienst geen mogelijkheid had om een navorderingsaanslag op te leggen omdat hier sprake was van een systeemfout (zie HR 14 april 2006, FBN 2006, nr 40 en Hof Den Haag 16 december 2008, LJN: BG8791). Naar aanleiding hiervan heeft N de notariskamer verzocht zijn beslissing uit 2005 te herzien.
Volgens het Hof kent de Wet op het notarisambt (Wna) geen bepalingen op grond waarvan herziening van een onherroepelijke beslissing van een tuchtrechter kan worden verzocht. Het Hof is echter van oordeel dat herziening in het notarieel tuchtrecht, dat naar zijn aard ook strafrechtelijke elementen in zich heeft, in bijzondere gevallen niettemin toelaatbaar is. Als grondslag voor de ontvankelijkheid van een herzieningsverzoek kan slechts dienen een omstandigheid die bij de behandeling van de oorspronkelijke procedure niet bekend was en waarvan het ernstige vermoeden bestaat dat die zou hebben geleid tot een voor de notaris gunstiger beslissing. In de litigieuze beslissing van 24 november 2005 heeft het Hof onder meer overwogen “dat van een behoorlijk en zorgvuldig handelend notaris, ongeacht of hij handelt in de uitoefening van zijn beroep of daarbuiten, verwacht mag worden dat bij een voor hem overduidelijke omissie of fout van, in casu, de belastingdienst, hij deze daarvan in kennis stelt.” In het nadien gewezen arrest HR 14 april 2006, FBN 2006, nr 40 is geoordeeld dat navordering niet mogelijk is in geval van fouten die het gevolg zijn van een onjuiste gegevensverwerking welke voortvloeit uit een bepaalde werkwijze waarvoor binnen de Belastingdienst is gekozen. Vervolgens heeft Hof Den Haag op 16 december 2008 in de belastingzaak van N over de verzonden ‘beschikking geen aanslag’ geoordeeld dat die beschikking het gevolg is van een systeemfout dat aan navordering in de weg staat. Deze uitspraak is onherroepelijk geworden omdat hiertegen geen cassatie is ingesteld.
Met N is het Hof van oordeel dat deze twee beslissingen een omstandigheid vormen om de beslissing van 24 november 2005 te herzien. Nu immers navordering niet mogelijk is, bestaat er geen grond meer voor het oordeel “dat van een behoorlijk en zorgvuldig handelend notaris, ongeacht of hij handelt in de uitoefening van zijn beroep of daarbuiten, verwacht mag worden dat bij een voor hem overduidelijke omissie of fout van, in casu, de belastingdienst, hij deze daarvan in kennis stelt.” Het Hof verklaart de klacht tegen N alsnog ongegrond.
Hof Amsterdam 22 december 2009, nr 200.037.713/01 NOT
Redactie:
Vanaf 1 januari 2010 kan ook na een systeemfout worden nagevorderd mits het voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is dat de beschikking onjuist is. Voor de vraag of een notaris een mededelingsplicht heeft jegens de fiscus verwijzen wij naar JBN 2007, nr 47.
« Terug naar overzicht nieuws



