Notariskantoor had niet klachtwaardig gehandeld tegenover de legataris
14-12-2009M en V zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Enige weken vóór zijn overlijden heeft M een testament opgesteld waarin hij zijn kinderen heeft aangewezen als zijn erfgenamen. Verder is aan V gelegateerd M’s aandeel in de echtelijke woning inclusief verbouwingsdepot zulks onder de verplichting voor V om de daarop rustende hypothecaire geldlening voor haar rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen onder vrijwaring van de erfgenamen.
V heeft een klacht ingediend jegens het notariskantoor(hierna N) dat betrokken is geweest bij het opstellen van M’s testament en de afwikkeling van M’s nalatenschap. N wordt onder meer verweten dat M’s aandeel in de beleggingsrekening die aan de hypotheekschuld is gekoppeld niet mede aan V is gelegateerd. Volgens V was dit wel M’s bedoeling omdat de beleggingsrekening uitsluitend kan worden aangewend ter aflossing van de hypotheekschuld. Verder wordt N verweten dat de afgifte van het legaat onnodig is vertraagd door van de hypotheekbank een schriftelijke bevestiging te verlangen dat M’s erfgenamen niet langer aansprakelijk zijn voor de lening terwijl de bank reeds aan N had geschreven dat de bank de onderhavige leningsovereenkomst uitsluitend op naam van V zou gaan administreren.
De tuchtkamer van het Hof oordeelt dat de klacht over de inhoud van het testament faalt. Tijdens de zitting en uit het dossier is gebleken dat voorafgaand aan het passeren van het testament de financiering van de woning in algemene zin ter sprake is gekomen evenals de specifieke wens van M dat het legaat aan V mede het verbouwingsdepot zou omvatten, maar dat de beleggingsrekening onbesproken is gebleven. N was van deze rekening niet op de hoogte. Het Hof kan V niet volgen in haar stelling dat N had moeten onderzoeken hoe de financiering van de woning precies was geregeld. De combinatie van een hypothecaire lening met een beleggingsrekening komt in de praktijk weliswaar vaker voor, maar daarvan kan niet in zijn algemeenheid worden gezegd dat zij gebruikelijk is. Nu die rekening in de gesprekken tussen M en N niet aan de orde is gesteld en N geen informatie heeft gehad op grond waarvan N wist of zou moeten begrijpen dat daarvan sprake was, rustte op N niet de
verplichting om na te gaan of aan de hypotheek een beleggingsrekening was gekoppeld. Dat de beleggingsrekening
alleen kan worden gebruikt voor aflossing van de hypotheekschuld doet daaraan niet af. V heeft niet aannemelijk gemaakt dat het M’s wil was dat het legaat ook de beleggingsrekening zou omvatten en dat N zulks had moeten begrijpen.
Voor wat betreft de klacht over het ontslag uit de aansprakelijkheid van de erfgenamen ter gelegenheid van de afgifte van het legaat van de woning, is het Hof van oordeel dat N juist heeft gehandeld. Nu de woning aan V was gelegateerd onder de verplichting de daarop rustende hypotheekschuld voor haar rekening te nemen, lag het in de rede dat de erfgenamen wensten uit die hoofdelijkheid te worden ontslagen. Uit de brief van de bank kan slechts worden opgemaakt dat de leningsovereenkomst uitsluitend op naam van V zou worden geadministreerd. Wat er ook zij van de vraag of de bank hiermee wellicht impliciet afstand heeft
willen doen van haar rechten jegens de erfgenamen, N heeft juist en zorgvuldig gehandeld door ten behoeve van de erfgenamen expliciet ontslag van de aansprakelijkheid te verlangen. Dat de bank vervolgens vier weken nodig had, valt N niet aan te rekenen.
Hof Amsterdam 20 oktober 2009, nr 200.021.928/01
NOT (Notafax 2009, 257)
« Terug naar overzicht nieuws



