Herziening SW: staatssecretaris beantwoordt vragen van de Eerste Kamer
11-12-2009De staatssecretaris van Financiën heeft thans antwoord gegeven op vragen van de Eerste Kamer over het wetsvoorstel inzake de Successiewet. Wij maakten de volgende selectie.
- Volgens de staatssecretaris is er sprake van een schenking indien echtgenoten staande huwelijk een beperkte goederengemeenschap van bijvoorbeeld alleen een pand aangaan.
- De staatssecretaris wil duidelijk stellen dat artikel 10 SW niet van toepassing is bij een verdeling van een nalatenschap in volle eigendom of bij een legaat van volle eigendom waarbij een schuld ontstaat. Mocht over de schuld echter een rente worden bijgeschreven dan kan de bijgeschreven rente wel onder artikel 10 SW vallen, tenzij de rente is bepaald in het testament en/of als het gaat om een rentevaststelling die valt onder artikel 1 lid 3 SW.
- De KNB heeft ten behoeve van de duidelijkheid gevraagd te bevestigen dat ook bij een quasi-wettelijke verdeling een rentevaststelling wordt gevolgd voor de erfbelasting als
bedoeld in artikel 1 lid 3 SW. Naar aanleiding hiervan merkt de staatssecretaris op dat als het testament de civielrechtelijke toets kan doorstaan, artikel 1 lid 3 SW geldt.
- Volgens de staatssecretaris is artikel 10 SW wel van toepassing als een langstlevende echtgenoot een toegekend erfdeel verwerpt en vervolgens op grond van een testament
het vruchtgebruik van de nalatenschap krijgt gelegateerd. Indien het erfdeel 1/3e-deel dan wel 1/100e-deel was, geldt artikel 10 SW op dit 1/3e-deel respectievelijk 1/100e-deel.
- De staatssecretaris merkt op dat artikel 10 ook van toepassing is als een zogenoemde Denekamp-clausule is opgenomen bij een wettelijke verdeling of ouderlijke boedelverdeling.
- Herhaald wordt dat er geen overgangsrecht zal komen bij het intrekken van de resolutie van 30 november 1964, BNB 1965/96 zodat ook ‘oude’ waardestijging onder 10 SW valt.
- Er zal een beleidsbesluit komen voor artikel 9 SW indien een nalatenschap negatief is.
- De eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor kinderen tussen 18 en 35 jaar naar € 50.000 geldt volgens de staatssecretaris niet voor aflossing van een eigenwoningschuld. Met betrekking tot deze vrijstelling merkt de staatssecretaris op er geen bezwaar tegen te hebben dat het bedrag van € 50.000 wordt gesplitst in een bedrag van € 26.000 dat wordt gebruikt voor de aanschaf van een eigen woning en een bedrag van € 24.000 dat wordt gebruikt voor andere doeleinden (bijvoorbeeld inboedel). De twee bedragen kunnen echter niet in twee verschillende jaren worden geschonken (tenzij artikel 33.1.6 SW geldt).
- In diverse voorbeelden geeft de staatssecretaris aan hoe de bedrijfsopvolgingsregeling uitwerkt nu de hoogte van de vrijstelling afhankelijk wordt van de waarde van het bedrijf.
- In tegenstelling tot de voorgestelde doorschuifregeling bij vererving (!) van a.b.-aandelen geldt er geen overgangsregeling in de bedrijfsopvolgingsregeling in de SW voor het geval een holding een werkmaatschappij heeft overgedragen tegen een vordering.
« Terug naar overzicht nieuws



